
Wijzigingswet Wet op de studiefinanciering enz. (correctie berekening aanvullende beurs)
Artikel V
1
Indien de studerende op grond van artikel I, onderdeel C, voor zover het betreft artikel 21, derde dan wel vijfde lid, van de Wet op de studiefinanciering, recht heeft op een bedrag aan aanvullende beurs in een periode tussen 31 december 1995 en de datum van inwerkingtreding van deze wet, en dat bedrag in verband met de hoogte van de reeds opgenomen rentedragende lening niet geheel als gift kan worden uitbetaald, wordt het niet uitbetaalde bedrag steeds over de desbetreffende maand verrekend met de rentedragende lening. De over het te verrekenen bedrag aan rentedragende lening opgebouwde rente gaat teniet.
2
Op aanvraag van de studerende wordt, in afwijking van het eerste lid, het gehele in dat lid bedoelde bedrag aan aanvullende beurs steeds verrekend met de over de desbetreffende maand opgenomen rentedragende lening. De over het te verrekenen bedrag aan rentedragende lening opgebouwde rente gaat teniet.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.